Maatschappelijke organisaties
Op de eerste plaats speelt de wereld van sport en bewegen een steeds belangrijkere maatschappelijke rol. Dit proces is al enige tijd aan de gang en zet zich verder door. Sport en bewegen worden door beleidsmakers en wetenschappers gezien als een manier om maatschappelijke doelstellingen te realiseren.Deze mooie beloften van sport worden uiteraard door onderzoekers voortdurend op hun ‘hardheid’ getoetst. Steeds meer kennis wordt ontwikkeld over de relatie tussen sport en gezondheid, sport en sociale binding, sport en economie enzovoort. De gezondheidseffecten van sport en bewegen zijn al in diverse studies aangetoond; de effecten van sport op sociale binding (cohesie) zijn moeilijker hard te maken en hangen vaak af van de specifieke context van het sportaanbod en de wijze waarop het sport- en beweegaanbod is georganiseerd. Dit geldt ook voor de economische effecten. Hoe dan ook, sport kan een interessante bijdrage leveren aan maatschappelijke ontwikkeling, maar de positieve effecten zijn niet op voorhand gegeven, daar moet wel aan worden gewerkt.
Beleidsmatig heeft de toenemende betekenis van sport zijn vertaling gevonden in grote landelijke projecten die lokaal zijn ingevuld. De Breedtesport Impuls (BSI) die tien jaar geleden werd geïntroduceerd, richtte zich op de versterking van de georganiseerde sport zelf. De BOS-impuls was breder van opzet en richtte zich op de versterking van de samenhang tussen buurt, onderwijs en sport. De recente introductie van de combinatiefunctionaris richt zich eveneens op de verbinding tussen sportorganisaties en maatschappelijke organisaties, vooral het onderwijs. De trend is duidelijk: sport wordt door de landelijke en lokale overheden steeds meer maatschappelijk ingezet. Dit vraagt om nieuwe samenwerkingsvormen en om een sterke sportinfrastructuur. Voor die opgave staat het sportbeleid de komende jaren.
